Actueel

Kopen lukt niet. Huren lukt niet. Hoe moet de starter wonen?

20 november 2017


Het aantal hypotheken dat in het derde kwartaal is verstrekt aan beginners op de woningmarkt daalde met 7% ten opzichte van een kwartaal eerder, terwijl het totaal aantal hypotheekaanvragen juist sterk is gestegen in deze periode. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van adviesbureau IG&H.

Starters zijn cruciaal voor de doorstroming op de woningmarkt. Als er onvoldoende vraag is in de goedkopere prijsklassen, stokt de verkoop van die woningen. Dan kunnen huishoudens uit die woningen ook niet doorstromen naar duurdere koopwoningen. Alle reden dus om de starters de ruimte te geven. De werkelijkheid is anders: vooral in de Randstad kunnen starters nauwelijks meer een betaalbare woning vinden. Geen koopwoning, maar ook geen huurwoning. Dus blijven veel jongeren bij hun ouders wonen, tenzij ze een rijk familielid hebben dat de helpende hand toesteekt. Anderen gaan dan toch maar in een krimpgebied wonen, en sommigen kiezen ervoor om een veel te groot deel van hun inkomen aan huur te betalen.

Het in 2015 ingeleverde studieleenstelsel levert meer starters een schuld op en daarmee een verminderde startpositie voor een hypotheek. Ook de verlaging van de Loan-to-Value (LTV) naar 100% en de versobering van de hypotheekrenteaftrek hebben het de starter niet makkelijker gemaakt. Daarnaast maakt ook de flexibilisering van de arbeidsmarkt de staterspositie kwetsbaarder. Prof. dr. Peter Boelhouwer, hoogleraar Housing Systems aan de TU Delft betoogt: “De starter moet worden versterkt, bijvoorbeeld door de afschaffing van de overdrachtsbelasting voor deze groep woningzoekenden. Dat kan dan ten koste gaan van de zittende eigenaren, bijvoorbeeld door de hypotheekrenteaftrek nog wat te versnellen.” Boelhouwer oppert ook dat de aflossingstermijn voor hypotheken naar 40 jaar kan. “Dat helpt natuurlijk ook, want je zorgt daarmee voor lagere maandlasten en je creëert direct meer leencapaciteit.”

Sociale sector

Het oprekken van de sociale huursector is volgens Boelhouwer eveneens een optie: "Niet overal, want daarvoor moet je elke situatie en regio op zijn merites beoordelen. Maar de segmenten van de markt sluiten wel beter op elkaar aan als je de sociale sector wat groter maakt in krappe woningmarktgebieden. In gebieden met ruimte kan de sector juist kleiner worden.”

Starterslening

Een andere bestaande maatregel is de starterslening. Daarmee moet men terughoudend zijn, vindt Boelhouwer. “In krimpgebieden kan zo’n maatregel goede diensten bewijzen. Daar zijn mooie voorbeelden van. Op het platteland zijn voornamelijk mooie, dure woningen gebouwd, die ook daar voor starters onbetaalbaar zijn. Als je in die regio’s woningen voor starters bouwt (en ook de werkgelegenheid een impuls geeft) maak je het voor deze categorie mogelijk om in de regio te blijven wonen. In de toch al oververhitte steden werkt een starterslening ook prijsopdrijvend. Zeker als er geen nieuwbouwproductie tegenover staat.”

De startersproblematiek was voor de Tweede Kamer aanleiding om een groot aantal betrokken partijen uit te nodigen voor een rondetafelgesprek op 13 september jl. VBO Makelaar nam – in de persoon van directeur Hans van der Ploeg - ook deel aan dat gesprek. Peter Boelhouwer en Hans van der Ploeg geven hun visie op het onderwerp in relatiemagazine Vastgoed Adviseur van oktober 2017. Lees hier het volledige artikel.