Actueel

OZB binnen macronorm gebleven

27 maart 2017


Voor het eerst in jaren blijft de gemiddelde stijging van de onroerendezaakbelasting (ozb) binnen de macronorm van 1,97%. De gemiddelde stijging in 2017 is 1,69% en blijft daarmee 0,28% (€ 11 miljoen) onder de norm. Dat blijkt uit de vandaag gepubliceerde Atlas van de lokale lasten 2017 van het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden).

"Ik ben tevreden dat de OZB-macronorm niet overschreden wordt, vanuit het Rijk is hier met regelmaat op gedrukt bij gemeenten", zegt minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. "Elke keer als de macronorm overschreden werd, kortte het Rijk dit op de macronorm van het jaar daarop. Zo is de huidige norm tot stand gekomen, en daar is men dus binnen gebleven."

Gemiddeld gezien zijn volgens het COELO de gemeentelijke lasten met 0,3% gestegen, de waterschapslasten met 1,6% en de provinciale lasten blijven gelijk. Deze lasten vloeien voort uit de belastingen die worden vastgesteld door de desbetreffende lokale overheid. Een meerpersoonshuishouden met een koopwoning betaalt gemiddeld €1.271 euro aan lokale lasten, waarvan aan gemeente €723, provincie €222 en waterschap €326. Huurders hebben lagere lokale lasten: gemiddeld €837, waarvan €364 euro voor de gemeente, €222 voor de provincie en €251 voor het waterschap.

Onroerendezaakbelasting is een algemene belasting die door gemeenten kan worden geheven vanwege het eigendom van een woning of het eigendom of gebruik van een niet-woning. Het percentage van de OZB-macronorm is opgebouwd uit de reële trendmatige groei van het Bruto Binnenlandse Product en het inflatiepercentage op basis van prijsontwikkeling Nationale Bestedingen op basis van het Centraal Economisch Plan. Er is eerder geconcludeerd dat de macronorm aangepast dient te worden, maar er moet eerst een goed werkbaar alternatief voor deze systematiek zijn. Binnen een mogelijke herziening van het gehele gemeentelijke belastinggebied kan daar door het Rijk en de VNG aan worden gewerkt.

(bron: Rijksoverheid)